Tussen Aschaffenburg en Würzburg moeten treinen de
Spessartrampe nemen. Dit is
het 5,4 kilometer lange gedeelte van de Main-Spessart-Bahn tussen Laufach en
de
Schwarzkopftunnel bij Heigenbrücken. De gemiddelde stijging bedraagt 20
‰. De
spoorlijn werd in 1854 geopend, in 1890 kwam het tweede spoor en dienst en ruim
honderd jaar na de opening (in 1957) was de lijn elektrisch te berijden.
Om de stijging te overwinnen moeten zware goederentreinen worden opgedrukt.
Vanaf 1914 gebeurde dat met behulp van de Baureihen 96 (en later) 95. In 1957
begon het opdrukken met elektrische locomotieven, waarvoor de E94 (vanaf 1968:
194) werd gebruikt. De hegemonie van de Krokodillen duurde dertig jaar; de
opvolger heette 150. Deze locs werden in 2003 afgelost door de 151; sinds kort
staat
voor particuliere goederenvervoerders in Laufach de 1020.041 van de
Mittelweserbahn paraat, wat dus de terugkeer van de E94 betekende.
Het einde van de opdrukdiensten in de Spessart is echter
in zicht. Het lijngedeelte
Laufach – Heigenbrücken wordt vervangen door een nieuw, dat grotendeels
ondergronds zal verlopen: de nieuwe Falkenbergtunnel zal 2600 meter lang
worden.
In de loop der jaren werd Laufach enkele keren door mij
bezocht, waarbij de
geboden gelegenheid de helling zowel per 194 als per 150 te 'beklimmen'
vanzelfsprekend met beide handen werd aangegrepen.